Column

 Juni 2004: Kinderopvangbranche de kinderschoenen ontgroeid .....

CDA krant 26 juni 2004

Onlangs is in de Tweede Kamer de Wet Kinderopvang aangenomen. Kinderopvang die onder het bereik van deze wet valt, is één van de keuzemogelijkheden die ouders hebben om een modern gezinsleven anno nu vorm te geven. Enerzijds betekent dit,  dat zoveel mogelijk ouders in aanmerking moeten komen voor een tegemoetkoming volgens deze wet bij het combineren van betaalde arbeid en zorg. Anderzijds moeten ouders ook andere keuzes kunnen maken om hun kinderen op te kunnen voeden.

Een goede balans tussen kwaliteitseisen en betaalbaarheid als uitgangspunt

Het CDA vindt het belangrijk dat ouders keuzevrijheid hebben om hun kinderen groot te brengen, zoals ze zelf wensen. Zo moet het mogelijk zijn dat beide ouders buitenshuis werken. Ook moeten zij ervoor kunnen kiezen dat één van beide ouders thuis blijft voor de verzorging van kinderen. Dit laatste heeft natuurlijk wel consequenties voor het gezinsinkomen, voor de arbeidsparticipatie en voor de thuisblijvende ouder zelf in verband met economische zelfstandigheid en pensioenopbouw. Op deze situatie is het levensloopplan van het CDA toegesneden: tijdelijk voor een deel terugtreden van de arbeidsmarkt om kinderen te verzorgen wordt financieel mogelijk gemaakt. Zo kan de thuisblijvende ouder gemakkelijk weer aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt, wanneer de gezinssituatie dat toelaat.

Wanneer beide ouders werken is het belangrijk de opvang van de kinderen goed op orde te hebben. Ook hier maken zij eigen keuzes. Informele kinderopvang door schoonmoeder of buurman regelen zij zelf. De overheid staat hier buiten. Wel hebben allen recht op een financiële overheidsbijdrage in de zin van kinderbijslag, kinderkorting en de zogeheten combi-korting voor werkende ouders.

Daarnaast kunnen zij kiezen voor formele kinderopvang. Hier heeft de overheid wel een taak, nl. de toegankelijkheid en de kwaliteit van de kinderopvang te waarborgen. De toegankelijkheid via een inkomensafhankelijke tegemoetkoming en de kwaliteit door basiseisen te stellen aan de inrichting van een kindercentrum. Kinderen zijn een kwetsbare groep en dat vergt een vertrouwde omgeving, wanneer hun ouders aan het werk zijn.

Kwaliteit

De wet luidt een nieuwe fase in de kinderopvangbranche in. Van een vooral gesubsidieerde sector worden de kindercentra ondernemingen. Dat komt omdat de ouders de spil worden waarom het draait. Niet langer is sprake van gemeentelijke subsidieplaatsen of bedrijfsplaatsen, maar ouders maken de keuze voor een kindercentrum. Zij betalen dit zelf met behulp van een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van het Rijk en van werkgeversbijdragen. Kinderopvangcentra zullen dus klantgerichte ondernemingen worden. Daartoe moeten we ze wel in staat stellen. Geen gedetailleerde kwaliteitseisen en regels. Wel basiskwaliteitseisen en zelfregulering door de bedrijfstak. De overheid kan dan stapje terug doen bij het toezicht. Dit past binnen de coalitievoornemens om de regelzucht zoveel mogelijk terug te dringen.

Bij de behandeling van de wet heeft het CDA een goede balans tussen kwaliteitseisen en betaalbaarheid als uitgangspunt genomen. Het heeft daartoe een amendement van de VVD gesteund om de voorgestelde Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) niet in te voeren. In deze AmvB stonden tamelijk gedetailleerde eisen geformuleerd rond de inrichting van ruimten, groepsgrootte etc. In plaats daarvan zijn kwaliteitseisen in de wet zelf opgenomen, die verder door Kinderopvangondernemingen worden ingevuld. Er komt een verplichte oudercommissie die in belangrijke zaken een “ verzwaard” adviesrecht krijgt. Het betekent dat de ondernemer daarover advies moet vragen en van het advies alleen mag afwijken, wanneer hij dit deugdelijk motiveert. Daarnaast moet de ondernemer een risicoanalyse maken van de wijze waarop veiligheid en hygiëne zijn geregeld. Ouders weten zo precies waar ze aan toe zijn, wanneer ze hun kind aanmelden.

Een gedetailleerde AmvB zou alle ondernemingen hebben opgedragen de kwaliteit te regelen op het niveau van een negen. Dat maakt de kostprijs van de kinderopvang veel hoger. Op de wijze waarop het nu geregeld is, moet de kinderopvangonderneming presteren op het niveau tussen een zes en een zeven, waardoor het betaalbaar blijft. Wij hebben hiermee een goede balans willen vinden tussen toegankelijkheid en kwaliteit. Inmiddels hebben we vernomen dat de belangenbehartigerorganisaties van de ouders (Boink) en van de ondernemingen (MO groep) om tafel gaan om een model kwaliteitsprofiel uit te werken. Vanuit CDA oogpunt dat zelfregulering voorstaat, een goede zaak.

Financiering

Ouders zijn nu afhankelijk van de gemeenten voor gesubsidieerde plaatsen en van de mogelijkheden die hun werkgever geeft voor een bedrijfsplaats in een bepaalde crèche. In de nieuwe wet zal dat anders zijn. De ouders krijgen het heft in handen: zij bespreken in een kinderopvanginstelling van hun eigen keuze een plaats. De financiering verandert: de ouders nemen ongeveer eenderde deel voor hun rekening, hun werkgevers ook (de werkgever van elke ouder eenzesde deel) en de overheid betaalt  een derde deel. De verdeling tussen overheid en ouders kan variëren, aangezien de tegemoetkoming inkomensafhankelijk zal zijn. Voor een klein aantal doelgroepen, bijv. uitkeringsgerechtigden op weg naar een nieuwe baan, zal de gemeente nog de kinderopvang financieren.

In veel gevallen betalen werkgevers al mee aan de kinderopvang via afspraken in CAO’s. De werkgeversbijdrage levert nog wel knelpunten op. Niet elke CAO bevat afspraken over kinderopvang. Daarnaast zijn er werkgevers met een klein aantal werknemers die geen kinderopvangregeling willen. Werknemers die niet binnen CAO-afspraken vallen zullen zelf met hun werkgever een regeling moeten treffen. Sommige partijen in de kamer zijn daarom voor een verplichte bijdrage van de werkgever. Het CDA is daarentegen van mening dat kinderopvang behoort tot de arbeidsvoorwaarden. Daarom hoort het in het kader daarvan door sociale partners geregeld te worden voor CAO’s en in andere gevallen in gesprekken tussen werkgever en werknemer over arbeidsvoorwaarden. 

Wel hebben we bij de behandeling van de wet aangegeven ons standpunt over de verplichte werkgeversbijdrage te heroverwegen, wanneer bij de evaluatie in 2006 blijkt, dat het aantal CAO-afspraken niet voldoende toeneemt. Een werkgeversbijdrage is onontbeerlijk om kinderopvang voor ouders betaalbaar te houden; bovendien hebben werkgevers er ook belang bij dat hun medewerkers goede kinderopvang hebben. Als je kind goed verzorgd is, ga je met een gerust hart aan het werk.

Het woord is nu aan de sociale partners om afspraken te maken over werkgeversbijdragen en  aan kinderopvangondernemingen om de branche tot maatschappelijk ondernemen om te bouwen. Dat biedt ouders garantie op goede kinderopvang zoals de wet die bedoelt.