Interview door Ytje Stevens-Roorda -- februari 2005

 

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Het kabinet wil vanaf 1 januari 2006 de zogenaamde Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) invoeren. De WMO regelt straks een aantal voorzieningen die nu nog onder andere wetten vallen. De Welzijnswet en de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) zullen in de WMO opgaan. Ook vallen delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) straks onder de WMO. Vanaf 2006 worden de functies huishoudelijke verzorging, delen van de ondersteunende en activerende begeleiding, vervoer en enkele subsidieregelingen gefaseerd van de AWBZ overgeheveld naar de WMO. De uitvoering van de WMO komt in handen van de gemeenten, dicht bij de burger. (bron: www.minvws.nl)

 “De WMO past in de christendemocratische visie van het CDA”

 Door Ytje Stevens

 De plannen voor de Wet  Maatschappelijke Ondersteuning(WMO) geven veel onrust bij mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen. Het is vooral de onzekerheid over de gevolgen, die velen van hen bezorgd maakt. Het CDA is een warm voorstander van deze nieuwe wet. Een gesprek hierover met Margreeth Smilde(50), Tweede Kamerlid voor het CDA en lid van de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. “De WMO is een belangrijke uitdaging voor gemeenten. Ik zie wat hobbels, maar ik heb er wel vertrouwen in.” 

Met de WMO moet iedereen voor zichzelf zorgen. Bent u voorstander van deze wet?

“Het past helemaal in de christendemocratische visie van het CDA. Gespreide verantwoordelijkheid is ons uitgangspunt. De gemeente pakt in het geval van de WMO haar verantwoordelijkheid op en zij kan kiezen hoe ze het – binnen de kaders van de wet - wil regelen. Daar is de burger het dichtst bij, die vindt wat hij wil hebben.”

 De burger vindt in de WMO wat hij wil hebben?

“Als er in gemeenten bezuinigd wordt, is dat vaak het allereerst op welzijn. Nu komt de WMO met geld uit de AWBZ, de welzijnswet en de WVG. Dat is voor de gemeente zo’n groot blok van taken dat je daar niet gauw meer als eerste op bezuinigt. De WMO is heel breed, het is niet alleen huishoudelijke hulp, maar het probeert ook de leefbaarheid van de wijken op te krikken. Het heeft multifunctionele voorzieningen, waardoor oudere mensen langer thuis kunnen wonen en gehandicapten vanuit de instellingen in de samenleving gaan wonen.”

Dat klinkt allemaal prachtig: de WMO met meer keuze en allerlei andere voordelen, maar het is toch een bezuinigingsmaatregel?

“Wij willen inderdaad de kosten beheersbaar houden van de hele zorg, ook in de toekomst met de vergrijzing. We hebben de afgelopen jaren alles in de AWBZ gestopt, variërend van huishoudelijke hulp tot steunkousen. Als we het beleid niet wijzigen, betalen we in 2020 25% AWBZ-premie. Dat is onbetaalbaar voor de mensen die de premies op moeten brengen. Daarom vind ik dat je mensen die dat kunnen, moet laten bijbetalen.”

De gemeenten hebben geen zorgplicht. Dus de mensen hebben niet automatisch, van overheidswege, récht op een voorziening, zoals nu in de AWBZ. Wat vindt u daarvan?

“Er is wel in het hoofdlijnendebat afgesproken dat er in de wet een vorm van zorgplicht door de gemeente wordt opgenomen. Zonder dat je het vasttimmert als een recht, want het wordt een voorzieningenwet, zit er wel een extra waarborg voor de cliënt in die zorgplicht.  Zaken die zo belangrijk zijn dat ze een recht zouden moeten zijn, bijvoorbeeld een opname bij blindedarmontsteking, moet je regelen in de zorgverzekeringswet of in de AWBZ, want die zijn in principe onverzekerbaar. “

De overheid stimuleert dat zowel mannen als vrouwen gaan werken. Daar tegenover vraagt de overheid met deze wet om meer inzet van de omgeving (mantelzorg). Dat zijn twee dingen die lastig samengaan.

“Wij gaan ervan uit dat mantelzorg gebruikelijke zorg is. Gebruikelijke zorg is de normale zorg voor kinderen en huishouden, waarbij mensen de mogelijkheid moeten hebben om het te combineren met een baan. Wij bedoelen dus geen mantelzorg totdat je erbij neervalt en dan pas de andere zorg. “

Is het niet vreemd dat de zogenaamde enkelvoudige huishoudelijke hulp, het puur huishoudelijke gedeelte, naar de WMO gaat? Dat zou nu juist goedkoper kunnen door bijvoorbeeld een schoonmaakbedrijf.

“Ik vind wel dat deze huishoudelijke hulp in de WMO thuishoort. Ik ben zoveel weg dat ik mijn huis laat schoonmaken door mijn hulp. Dat is een keuze die ik maak, maar veel mensen hebben die keuze niet. Ik vind dat je met deze mensen als samenleving rekening moet houden en die voorziening moet bieden.”

De WMO stelt geen kwaliteitseisen¸ maar gaat de kwaliteit van de zorg dan niet hard achteruit?

“De WMO is een kaderwet en op een aantal zaken moet de gemeente kiezen wat voor type beleid ze willen voeren en dat vind ik heel erg goed. Want dat betekent dat de gemeenteraad verordeningen maakt en de gemeenteraad is de democratisch gekozen bestuurslaag in de gemeente. Dus dichtbij de burgers die ook die voorzieningen moeten krijgen. Ik zeg ook steeds tegen burgers die zorgen hebben over de WMO: ga met je gemeenteraadsleden spreken.”

Maar juist die kwetsbare groep mensen gaat niet op zoek naar gemeenteraadsleden.

“Dat weet ik niet, je kunt je ook bij een cliëntenorganisatie aansluiten. En mensen weten je gemakkelijk te vinden, trouwens ook als kamerlid.”

U kunt ze vanuit uzelf altijd geruststellen?

“De WMO is een belangrijke uitdaging voor gemeenten. Wat de gemeente straks te bieden heeft aan voorzieningen moet op de goede plekken komen. Ik zie wat hobbels. We moeten goed kijken hoe het loopt met die voorzieningen. Daarom ben ik blij met die zorgplicht. Ik zie ook wel haken en ogen hoe het precies allemaal vorm krijgt met de eigen bijdrage en de indicatiestelling, maar ik heb er wel vertrouwen in dat het goed komt.”