Orgaandonatie: terecht veel aandacht

Deze week stemde de Tweede Kamer over een motie Kant-Huizinga-Heeringa die een ander systeem voor orgaandonatie in Nederland zou introduceren. In dit systeem zou iedereen die zich niet actief afmeldt als donor  "automatisch" als donor geregistreerd komen te staan. Wie zwijgt, stemt toe. Het bezwaar hierbij is dat dit een grote mate van onduidelijkheid oproept. Want waarom hebben mensen zich niet gemeld? Omdat ze niet willen of omdat ze vergeten zijn zich te melden of willen ze juist wel en denken ze: ik hoef me niet te melden. Kortom, als nabestaanden van zo iemand in de positie komen dat er mogelijk een orgaan wordt gevraagd, weten dezen niet hoe hun dierbare erover denkt. Met het huidige systeem is duidelijk wie wel en wie niet wil. Er moet toestemming zijn gegeven in een codicil. Aannemen van de motie zou betekend hebben dat van  veel mensen de uiteindelijke toestemming wordt overgelaten aan de nabestaanden en dat betekent veel vaker een weigering, gezien de omstandigheden waarin nabestaanden voor de keus staan.

Een actief beleid van toestemming met daaraan gekoppeld artsen en eventueel verpleegkundigen die op goede wijze nabestaanden benaderen levert meer duidelijkheid op. De suggestie van de Nierstichting dat met het verwerpen van deze motie honderden organen in rook zijn opgegaan, klopt dan ook niet. De verschillen tussen landen met een toestemmingssysteem en een geen-bezwaarsysteem zijn niet zo groot als gesuggereerd wordt. Het is vooral ook afhankelijk van het aantal potentiŽle donoren en in Nederland is dat minder groot dan bijv. in BelgiŽ of in Spanje. Heeft vooral ook met het aantal verkeersdoden te maken, die veelal organen doneren.

Orgaandonatie is een belangrijk wapen in de strijd tegen ongeneeslijke zieke organen. Het is een gift van de ene mens aan de andere. Aanmelden als orgaandonor past in de CDA visie van verantwoordelijkheid aan elkaar. Echter: de overheid kan dat niet afdwingen. Elk mens beschikt over zijn eigen lichaam. De overheid, de samenleving zelfs mag mensen hierop aanspreken.

Collega Henk Jan Ormel, CDA woordvoerder heeft al een half jaar geleden een discussienotitie geschreven voor de fractie. Een aantal malen heeft de fractie hierover gediscussieerd op grond waarvan de notitie aangepast werd. De meningen lagen genuanceerd. Sommige collega's voelden meer voor het geen-bezwaarsysteem, andere juist voor het toestemmingssysteem. Het was een goede inhoudelijke discussie. Uiteindelijk heeft de fractie gezamenlijk besloten ťťn lijn te trekken en Henk Jan met een gezamenlijk fractiestandpunt het woord te laten voeren: het toestemmingssysteem. Wij waren als fractie dan ook (onaangenaam) verrast toen uit de Volkskrant van 15 maart, de dag van de stemming bleek, dat een collega tijdens de stemmingen zijn eigen weg zou gaan.